Archief | Vlees RSS feed for this section

Massaman curry

1 jul

2012 dat is het jaar waarin ik mij eens wat meer wou verdiepen in de oosterse keuken. En dan had ik het niet over de Chinese keuken, want daar deed ik in het verleden al wat ervaring mee op. En ook de occasionele Indische curry is ons niet vreemd. Neen, ik wil mij dit jaar echt toeleggen op de voor mij onbekende (om zelf te koken dan) keuken van Maleisië, Cambodja, Thailand…. Eigenlijk liet ik dat goede voornemen een beetje slabakken, hoewel ik tijdens Masterchef Australia meermaals jaloers zat te kijken naar de heerlijke oosterse gerechten die daar passeerde. Op mijn verjaardag kreeg ik echter Gordon’s Great Espace South East Asia cadeau van de echtgenoot en laat dat nu meteen een schot in de roos geweest zijn.
Het eerste gerechtje dat ik hieruit klaarmaakte was de Massaman curry. Hoewel zeker niet authentiek doordat ik niet alle ingrediënten in huis had en dus een beetje creatief moest zijn met wat ik wel in huis had.
Maar de orginele Massaman curry is dus eigenlijk een Thaise curry met behoorlijk wat arabische invloeden. Voor mij een ideaal begin omdat het niet al te erg afwijkt van de traditionele Indische curries die ik gewoon ben te maken. Maar wel een bom vol smaak, waar de echtgenoot en ik regelmatig “wauw” over zeiden tijdens het eten.

INGREDIËNTEN VOOR DE CURRYPASTA (voor 2 personen)

1/2 theelepel venkelzaad
1/2 theelepel komijnzaad
1/2 theelepel korianderzaad
1/2 theelepel kruidnagels
2 sjalotjes, gepeld en versnipperd
2 teentjes knoflook, gepeld en versnipperd
1 centimeter gemberwortel (in het orginele recept moet dit laoswortel zijn. Laoswortel bezit een scherper citrusaroma.)
1 stengel citroengras
2 kaffirlimoenblaadjes (ik gebruikte hier gedroogde kaffir blaadjes voor)
2 eetlepels sambal
1/2 theelepel trassi
half bosje korianderstelen
plantaardige olie

Verhit op een klein vuur  een kleine anti-kleefpan en rooster hierin de venkel, komijn en korianderzaadjes samen met de kruidnagels in. De kruiden zijn voldoende geroosterd als ze een goudbruine kleur krijgen en een heerlijk aroma door de keuken verspreiden.

Zet nu een brede wok op het vuur en verwarm hierin enkele lepels plantaardige olie. (Ik gebruikte hiervoor maïsolie.) Bak hierin de sjalot, de knoflook, de gember en het citroengras in enkele minuten glazig aan. Voeg nu de geroosterde specerijen, de ui,  de gember, de knoflook en het citroengras samen. Voeg  nu ook de kaffir blaadjes, de sambal, de koriandersteeltjes en de trassi toe en wrijf alles tot een dikke pasta. (Voor mensen die over een goede blender beschikken kan dit natuurlijk ook zo gebeuren.) Zet de currypasta nu even aan de kant.

INGREDIËNTEN VOOR DE EFFECTIEVE CURRY

500 gram rundsstoofvlees
2 sjalotjes gepeld en in ringen gesneden
200 ml kokosmelk
750 ml runderbouillon
2 aardappelen, in blokjes gesneden (volgens het recept moest dit een zoete aardappel en een gewone aardappel zijn.)
1/2 eetlepel vissaus
1 theelepel rietsuiker
1/2 eetlepel tamarindepasta
1 laurierblad
1/2 kaneelstokje
2 eetlepels geroosterde pinda’s
1/2 bosje korianderblaadjes

Snij het rundsvlees in blokjes van ongeveer twee centimeter en kruid bij met peper en zout.
Verhit ondertussen wat olie in de pan en bak het vlees kort mooi bruin.
Schep het vlees uit de wok en zet eventjes opzij.

Bak nu de sjalotjes goudbruin en voeg dan de currypasta toe.
Bak de currypasta gedurende twee minuten aan zo verdwijnt te rauwe smaak van de pasta en blijven alleen de lekkere aroma’s over.
Schenk er nu de kokosmelk bij en roer alles goed door elkaar. Laat voor 2/3de inkoken alvorens de rundsbouillon erbij te doen.
Voeg nu ook het rundsvlees terug toe en doe ook de aardappelen, de vissaus, de suiker, de tamarindepasta, het laurierblad, het kaneelstukje en een beetje extra zout toe aan je wok.
Draai het vuur nu naar een laag pitje en laat de curry gedurende onderhalf uur zachtjes pruttelen. Indien de curry te hard indikt kan je tijdens het kookproces een beetje bouillon extra toevoegen.

Het lekkerste is de curry als je hem een nachtje laat rusten in de koelkast. Maar als je niet kan wachten dan serveer je hem met een beetje geroosterde pinda’s en enkele gescheurde korianderblaadjes erover gedrapeerd.

 

Dit gerecht werd geïnspireerd door Gordon Ramseys Great Escape South East Asia.

Ligurische kip

24 apr

Het begint er een beetje op te lijken dat ik nogal graag zaken maak waar tomaten en olijfjes in verwerkt zijn. Ik kan het ook niet helpen dat ik hou van een lekkere zuiders bordje. Ik ben nu eenmaal geen madame voor aardappelen, vlees en groenten.  Dit gerechtje heet ligurische kip omdat er olijfjes uit Taggia en witte wijn uit Cinque Terre worden gebruikt, maar u kan natuurlijk ook andere zwarte olijven en witte wijn gebruiken.  Het oorspronkelijke recept zoals ik het altijd heb geleerd gebruikt konijnenboutjes, wat heel populair is in de regio. Ik verving ze echter door kippendrumsticks.

INGREDIENTEN VOOR 2 PERSONEN

Twintigtal zwarte olijfjes
1 eetlepel olijfolie
1 teentje knoflook
1 gesnipperde rode ui
1 takje rozemarijn
1 takje salie
250 ml witte wijn
300 gram gepelde tomatenblokjes
1 eetlepel bloem
1 koffielepel maizena
6 kippendrumsticks

 

Doe de boter in een zak en voeg de kippendrumsticks toe. Schudt de zak goed door elkaar zodat alle stukken kip een laagje bloem krijgen. Klop de overtollige bloem van de kip.
Verwarm de olijfolie in een gietijzeren kookpot en bak hierin de drumsticks mooi in aan.  Voeg hierna de fijngesnipperde ui, het teentje knoflook, de rozemarijn, de olijfjes en de salie toe en laat eventjes kort meebakken. Blus met de wijn en laat op een hoog vuur inkoken.
Voeg nu de tomatenblokjes toe en laat op een zacht vuurtje pruttelen. Als de saus te fel reduceert kan je ze een beetje bevochtigen met wat bouillon. Laat dit alles ongeveer een 20 minuten pruttelen.
Haal hierna de bouten uit de saus en voeg een beetje maizena toe om de saus wat in te dikken. Doe de kip terug in de pot en laat nog even doorwarmen.

Wij aten dit gerechtje met lavendelratatouille waar het recept weldra van volgt!

Konijn op zuiderse wijze

17 apr

Ik eet nogal graag konijn en tot voor kort at ik dat eigenlijk op de klassieke wijze. U kent dat wel met bruine saus gemaakt van bier en boterhammetjes met mosterd erop. Mijn konijnverbruik beperkte zich dus ook tot de herfst en de winter. Onnozel eigenlijk want op vakantie in Spanje, Griekenland en Italië at ik ook konijn, maar dan op heerlijke zuiderse wijze met knoflook of zelfs met tomaatjes. Hoog tijd dus om zelf eens aan de slag te gaan met dit zeer geslaagde gerechtje tot resultaat:

 

INGREDIËNTEN VOOR DRIE PERSONEN

1 konijn in stukken met levertjes, niertjes en het kopje (Ik weet het dat klinkt vies, maar dat geeft zoveel smaak!)
3 eetlepels olijfolie
200 ml droge witte wijn
500 ml kippenbouillon
6 zongedroogde tomaatjes
15 groene olijfjes
1 eetlepel pesto
400 gram gepelde tomatenblokjes
1 eetlepel tomatenpuree
4 teentjes knoflook
3 fijngesnipperde sjalotjes
4 takjes rozemarijn
20 gram bloem
peper en zout

 

Doe de bloem in een zak van goede kwaliteit. (Niet zoals ik in een gescheurde zak, want dan kan je ook je keuken nog eens gaan poetsen) Wentel de stukken konijn in de bloem en schudt af zodat de overtollige bloem verdwijnt.

Neem een goede stoofpot bij de hand en warm hierin twee eetlepels olijfolie op. Bak de stukken vlees bruin. Zorg ervoor dat elk stuk vlees de bodem van de pot raakt zodat je mooi bruin aanbaksel krijg. Bak desnoods het vlees in twee of drie keer.  Haal het vlees uit de pan en zet eventjes op zij. Voeg de derde eetlepel olijfolie toe en fruit hierin de fijngesneden sjalotjes en de knoflook glazig. Leg de stukken konijn bovenop de sjalotjes en blus met de witte wijn en de kippenbouillon. Probeer zo goed als mogelijk te roeren zodat je alle aanbaksel van de bodem loskrijgt. Voeg nu de groene olijfjes, de tomatenpuree, de gepelde tomaten, de zongedroogde tomaten en de takjes rozemarijn toe. Plaats een deksel op de pot en laat gedurende 2 uur op een zacht vuurtje pruttelen.

Haal het vlees uit de pot en voeg de pesto bij de saus. Laat de saus nu inkoken naar de gewenste dikte. Haal ondertussen de lever, de niertjes en het hoofd van tussen het vlees. (Mijn hondje is er alvast dol op, maar voor anderen mag je dit nu gewoon weggooien.)
Voeg het vlees terug bij de saus, laat even doorwarmen en serveer!

Thaise rode curry

7 apr

Er zijn zo van die receptjes die bij mij inslaan als een bom en waar ik gewoon van weet dit ga ik regelmatig klaarmaken. Wat zeg ik? Receptjes waarbij ik me moet bedwingen om niet onmiddellijk de dag daarna hetzelfde klaar te maken. Gelukkig is er dan mijn echtgenoot die mij een beetje in balans brengt. Want twee dagen na elkaar hetzelfde eten? Ow horror, dat kan meneer niet! Maar dus even terug naar de heerlijkheid van dit gerechtje: Thaise rode curry. Tot een paar weken geleden was ik een Indisch curry-meisje. Geen haar op mijn hoofd dat erover dacht om af te wijken van mijn geliefde Indische keuken. En nu dus deze post die eigenlijk omkadert zou moeten zijn met hartjes en veel roze. Want zo groot is de liefde voor deze curry. In mijn volgende postje deel ik met jullie hoe je zelf een lekkere rode currypasta klaarmaakt. Maar het kan net zo makkelijk door even naar de Thaise supermarkt te hollen en daar een kant en klaar potje te kopen! Het basisrecept voor deze curry komt van Jeroen Meus, maar werd door mij allemaal wat gezonder, minder vettig en met meer groentjes klaargemaakt.

INGREDIËNTEN

300 gram kipfilets in kleine blokjes gesneden
200 ml kokosmelk
½ eetlepel thaise rode currypasta (test eventjes hoe pikant hij is. Supermarkt versies zijn meestal iets zachter van smaak. Bijdoen kan altijd nog!)
1,5 dl kippenbouillon
2 rode paprika’s
1 courgette
150 gram sperzieboontjes
½ kleine bloemkool verdeelt in roosjes
1,5 centimeter gember
1 rode chilipeper
2 limoenblaadjes
1 limoen
1 eetlepel oestersaus
1 koffielepel donkere kandijsuiker
½ bos koriander

 

Verwarm in een kookpot op een vuurtje de kokosmelk met de currypasta. Roer alles goed door elkaar zodat de pasta helemaal oplost in de vloeistof.
Schenk er de kippenbouillon samen met de limoenblaadjes bij en de geraspte gember. Laat alles zachtjes even pruttelen. Voeg de bloemkoolroosjes reeds toe en laat mee pruttelen.
Ontdoe de paprika van zijn zaadlijsten en snij in grove stukken. Verwijder ook de zaadjes uit de chilipeper en snipper fijn.
Snij de puntjes van de sperziebonen en snij de bonen in drie ongeveer gelijke stukken.
Snij de courgette in halve maantjes.
Voeg alle groenten en de chilipeper toe aan de pruttelende kokosmelk en laat +/- 5 minuten garen.
Voeg nu de kippenblokjes toe en laat alles samen een twintigtal minuten zachtjes sudderen.

Meng in een schaaltje de oestersaus met het verse limoensap en de bruine suiker. Roer goed door elkaar zodat je een lopende siroop krijgt. Voeg dit aan het einde van de kooktijd toe aan de curry en meng alles goed door elkaar. Dien de curry op met wat rijst en strooi de koriander erover.

Gevulde kipfilet met polenta-taart en pesto-roomsaus

12 mrt

Voor dit gerechtje haalde ik deels mijn inspiratie bij Jeroen Meus. Hij maakte een polenta frittata en laat ons nu hele grote polenta fans zijn. Ik paste het receptje een beetje aan en serveerde er een lekker gevuld kipfiletje bij met een romige pestosaus.

INGREDIËNTEN VOOR DE POLENTA

½ liter kippenbouillon
75 gram polenta
25 gram gemalen parmezaanse kaas
7 gedroogde tomaatjes
10 zwarte olijven
vers gehakte basilicum
25 gram boter
scheutje olijfolie
peper en zout

Hak de zongedroogde tomaatjes en de olijven in kleine stukjes.
Breng ondertussen de kippenbouillon aan de kook en voeg de polenta toe. Roer goed om zodat hij niet begint te klonteren en laat hem op het vuur staan tot hij voldoende is ingedikt.
Voeg de gemalen Parmezaanse kaas toe en roer alles goed om. Voeg ook de boter toe en roer weer goed door elkaar.
Voeg nu de fijngehakte olijfjes, tomaatjes en de basilicum toe en schep een laatste keer door elkaar.
Zet de polenta van het vuur en neem er ondertussen een taartvorm bij.
Bekleed de taartvorm met bakpapier en giet het polentamengsel erin.
Strijk alles mooi uit en zet in de koelkast om op te stijven. (Laat hem zeker twee uurtjes rusten. Ik deed het zelf een dagje op voorhand.)

Verwarm de oven op 180 graden voor en neem de polenta uit de koelkast.
Snij de polenta in punten of steek gekozen vormpjes uit het deeg.
Leg de stukken naast elkaar op een bakplaat en besprenkel met een beetje olijfolie.
Plaats voor 15 minuten in de oven.

 

INGREDIËNTEN VOOR DE GEVULDE KIPFILETS EN DE PESTOROOMSAUS

2 kipfilets
4 gedroogde tomaatjes
een potje groene pesto
1 theelepel geroosterde pijnboompitjes
4 sneetjes gedroogde ham (ik gebruikte parmaham)
2 eetlepels olijfolie
200 ml volle room
2 eetlepels witte wijn
keukentouw is een handig hulpmiddel om de kipfilet mooi gesloten te houden

Snij de kipfilet mooi open als een enveloppe. Bestrijk een zijde met een theelepeltje groene pesto en schik hierop de gedroogde tomaatjes en de pijnboompitjes. Klap de kipfilet terug dicht en wikkel hem in twee plakjes gedroogde ham. Ik bind voor het gemak de filets altijd dicht met wat keukentouw, zo vallen ze niet open tijdens het bakken.
Bak de kipfilets kort aan in de pan en plaats ze dan voor 25 minuten in de voorverwarmde oven. Het aanbakken geeft de kip aan aantrekkelijk kleurtje. Recht de oven in zou ervoor zorgen dat de kip egaal wit blijft.

Blus de pan met de witte wijn en voeg hier de room aan toe. Laat goed inkoken tot je een dikke, romige saus krijgt. Voeg nu twee eetlepels pesto toe en meng goed door elkaar. Kruid bij met peper en zout en hou warm tot de polenta en de kip klaar zijn.

Varkenslapjes in paprikaroomsaus (en look – bieslookpuree)

8 mrt

Het begint hier stilletjes aan op de “belachelijk simpele receptjes week” te lijken. Maar dat mag ook wel eens voor een keertje. Deze keer weer zo een ongelooflijk simpel recept. En ik excuseer mij alvast voor de foto, maar ik heb een goed excuus voor het gebruik van het aluminium bakje.  Je gooit het namelijk weg nadat alles op is. Dus geen nodeloos geschrop op aangebakken room en dergelijken. Soms ben ik gewoon liever lui dan moe, ik geef het grif toe.

 

INGREDIËNTEN

3 uitgelekte gegrilde paprika’s (Je kan de paprika’s natuurlijk ook zelf grillen)
200 ml volle room
1 teentje knoflook
1 theelepel zoet paprikapoeder
2 takjes basilicum
zout en peper
2 varkenslapjes
2 rode paprika’s

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Giet de room in een hoge maatbeker en voeg daarbij de gegrilde paprika’s, de room, het paprikapoeder en de basilicum. Zet hierin de staafmixer tot je een gladde saus krijgt.
Kruid bij met wat peper en zout.
Leg de twee varkenslapjes naast elkaar in een ovenschaal (of een aluminium bakje.) en giet hierover de paprikasaus uit.
Snij de rode paprika’s in dunne reepjes en schik bovenop het vlees.
Plaats een twintigtal minuutjes in de oven.

 

Erbij serveerde ik een look-bieslookpuree, lekker fris tegen de volle room. Jammer genoeg geen foto’tjes van, want we hadden honger!

INGREDIËNTEN

5 bloemig kokende aardappelen
3 teentjes knoflook
3 eetlepels olijfolie
een handje vol gesnipperde bieslook
1,5 eetlepel gemalen Parmezaanse kaas

Schil de aardappelen en kook ze gaar samen met de teentjes knoflook in ruim gezouten water.
Giet af en stamp de aardappelen en de knoflook samen tot een fijne puree.
Breng de puree op smaak met de Parmezaanse kaas, de olijfolie en de bieslook.

Stoofpotje van varkenswangetjes met bruin bier en speculaas

24 jan

Ik weet nog altijd niet zeker hoe ik al die jaren heb kunnen doorbrengen zonder ooit varkenswangentjes te ontdekken. Voor mij waren ze de ontdekking van 2010 en toch heeft het geduurd tot 2012 om er eindelijk over te bloggen. Ongelooflijk en bijna onvergeeflijke.
Als u mij vraagt naar wat varkenswangertjes dan precies smaken, dan moet ik u het antwoord schuldig blijven. Varkenswangetjes zijn zoals de naam het al zegt effectief de wangen van een varken en smaken naar geen enkel ander stukje varkensvlees. Wat ik u wel kan zeggen is dat ze het uitgelezen stukje vlees vormen om een lekkere stoofpot mee te bereiden. Ondertussen beginnen ze in Vlaanderen echt wel een hype te worden. Vroeger gebruikte slagers ze enkel gepekeld in hun breugelkop, maar sinds zowel Peter Goossens als Jeroen Meus ermee aan de slag gingen op televisie, zijn ze veel makkelijker te krijgen. Wat niet wegneemt dat ik u echt op het hart wil drukken om goede kwaliteit wangetjes te kopen en daar zit jammer genoeg erg veel verschil op. Een keertje heb ik me gewaagd aan wangetjes van colruyt en geloof me vrij… ik zal het niet snel meer herhalen. Goede wangetjes dus! En verder vooral genieten van dit heerlijke gerechtje!

INGREDIËNTEN

1 kilo varkenswangetjes
2 uien
2 flesjes donker bier (Ik gebruikte deze keer brugse zot bruin, maar werkte in het verleden met leffe en grimbergen)
2,5 dl kalfsfond
5 speculaasjes
een snuifje speculaaskruiden
klassiek kruidentuiltje
1 snede wit brood besmeert met graantjesmosterd
1 eetlepel loonse siroop
afhankelijk van de bitterheid van het bier een koffielepel kandijsuiker
peper en zout
boter

Niet alle varkenswangetjes dienen ontvliest te worden. In de meeste gevallen diende ik dit niet te doen en waren ze redelijk schoon als ik ze aankocht. Controleer dus goed of er stugge, dikke vliesjes aan de buitenkant van het wangetje zitten. Indien ja, snij deze er dan zeker af.

Verhit de boter in een stoofpot en schroei hierin de varkenswangetjes dicht. Haal de varkenswangetjes uit de pan en fruit de fijngesnipperde uien in het overgebleven vet. Plaats de wangetjes terug in de pot en overgiet met het bier en de fond. Voeg de speculaasjes, de speculaaskruiden, het kruidentuiltje en het witte brood toe aan de stoofpot. Plaats het deksel erop en laat 2 uur tot 2,5 uur zachtjes pruttelen.

Belangrijk bij een varkenswangetjes is dat deze zachtjes gegaard worden. Het is echt “stoofvlees” die hoe langzamer de hitte erin komt en hoe langer ze de tijd krijgen om te garen, hoe malser het vlees. Als de wangetjes echt goed bereid worden dan vallen ze in stukjes uit elkaar als je erin begint te snijden en smelten ze op je tong. De wangetjes bestaan namelijk uit veel pezen en zenuwen, die veranderen in een aangename gelatine.

Wanneer de wangetjes gaar zijn schep je er de loonse siroop onder en kruid je af met peper en zout. Proef even aan de saus. Wanneer je bitter bier gebruikt kan het nodig zijn om nog een beetje kandijsuiker toe te voegen, voor een lichte zoete toets.

Look-veldsla puree met Sint Hubertusstoofpotje

29 dec

Veldsla is zowat de enige sla die tijdens de winter als lokaal product te verkrijgen is. Een echte wintersla dus! En hij combineert dan ook nog eens heerlijk met look. Erbij gaf ik een stoofpotje van varkensvlees in Sint Hubertussaus. Klassiek gemaakt met wild, maar voor een budgetvriendelijkere oplossing… varken in de hoofdrol.

INGREDIËNTEN

Voor de puree

1 kilogram bloemige aardappelen
50 gram roomboter
25 cl volle melk
2 sjalotjes
4 tenen knoflook
250 gram veldsla

Voor de Sint Hubertussaus

2 varkenslapjes
¼ dl wildbouillon
1 flesje rodenbach
1 glaasje porto
1 eetlepel veenbessengelei
½ theelepel mosterd
peper en zout
snuifje suiker
koffielepel gember
1 dl room
Champignons

Schil de aardappelen, snij is in gelijkmatige blokjes en kook ze gaar in ruim gezouten water.
Snipper ondertussen de sjalotjes en de knoflook fijn en fruit deze aan in de helft van de boter. Doe dit op een matig vuurtje,want het is de bedoeling dat we de sjalot laten karameliseren. Dit kan enkel als dit traag gebeurt, anders zou de ui verbranden.
Wanneer de aardappelen gaar zijn, giet u ze af en bloem je ze op in de warme pot op het vuur. Stamp ze met een pureestamper fijn en kruid met peper, zout en nootmuskaat. Voeg een scheutje melk en de rest van de boter toe om de puree smeuïger te maken. Voeg pas op het laatste de veldsla toe. Door de warmte zal de hoeveelheid sla slinken en snel garen. Proef en kruid eventueel nog wat extra bij.

Snij de varkenslapjes in dunne reepjes en laat deze een uurtje marineren in een mengsel van de wildbouillon, rodenbach, de gember en een snuifje suiker.
Haal de varkensreepjes eruit en dep droog met een keukenpapiertje.

Verwarm ondertussen een stevige steelpan (type gietijzer) of een stoofpot op het vuur en laat hierin de marinade opkoken. Laat koken tot het vocht voor de helft gereduceerd is. Zeef het ingekookte vocht en voeg daarna de aalbessengelei, de mosterd en de porto toe. Laat terug inkoken. Voeg nu de room toe en laat inkoken tot een gebonden saus. Pak ik een andere pan de varkensreepjes gaar en voeg samen met de champignons toe aan de saus. Laat kort samen even pruttelen en serveer.

De ultieme chili con carne

22 dec

Ik deelde in het verleden reeds chili recepten op deze blog, maar dit receptje kon ik voor jullie echt niet achterwegen laten. Dit is echt de ultieme chili con carne, de beste die we tot hiertoe hebben gegeten. Het receptje is van Nigella Lawson en zij noemt het choc chip chili. Die naam vind ik een beetje ongelukkig gekozen. Oké, er zit chocolade in, maar het een chocolade chili noemen doet het gerecht te weinig eer aan. Hoewel het gezegd moet worden, de chocolade geeft het gerecht meer diepgang. Moest het je afschrikken… ik verzeker je de chocolade zelf proef je amper. Maar het geeft wel een speciale toets aan het gerecht.

INGREDIËNTEN

180 gram pikante chorizo (niet de plakjes die je koopt bij de slager. Maar dunne worst in een stuk. Meestal voorverpakt te krijgen in de supermarkt.)
500 gram rundsstoofvlees
1 ui
1 teentje knoflook
1 eetlepel plantaardige olie
1 kardemonpeultje
1 theelepel komijn
1/2de theelepel koriander
1/2de theelepel kaneel
1/2de theelepel gedroogde chili vlokken
1,5 eetlepels tomatenpuree
1,5 eetlepels ketchup
400 gram uitgelekte kidneybonen
400 gram tomaten in blokjes uit blik
20 gram donkere chocolade
250 ml water
Voor diegene die van extra pit houden kan er nog een chilipepertje in verwerkt worden. Ik deed dit echter niet omdat ik weet dat de chilivlokken die ik gebruik behoorlijk heet zijn. Meer dan genoeg pit dus voor ons.

Verwarm de oven alvast voor op 150 graden. Het geheim van deze chili zit voornamelijk in het traag garen in de oven. Niets voor op een snelle weekdag dus, maar eerder voor een luie zondagnamiddag.
Verwarm ondertussen in een hittebestendige stoofschotel de olie en fruit hierin de fijngesneden ui en de knoflook. Laat dit zachtjes sudderen gedurende 10 minuten. Voeg nu het kardemonpeultje (even op slagen met een mes zodat de zaadjes kunnen vrijkomen), de komijn, koriander, kaneel en gedroogde chili erbij en laat eventjes meebakken.
Snij ondertussen de chorizo in schijven en halveer deze. Voeg ze nu bij de kruidenmix en laat eventjes mee stoven. De chorizo zal zijn vet loslaten en alles lekker aanbraden in de pittige olie.
Snij ondertussen de blokjes stoofvlees in kleinere blokjes van ongeveer 1,5 centimeter. Voeg deze bij de kruiden en laat alles bakken tot het vlees mooi rondom bruin gebakken is.
Als alles een mooi bruin korstje heeft voeg je de tomatenpuree, de ketchup, de bonen, tomatenblokjes en het water toe.  Breng alles aan de kook. Wanneer het stoofpotje mooi begint te koken voeg je de fijngesneden chocolade (of chocoladedruppels als je die hebt staan) toe. Schep alles goed door elkaar en plaats de chili 3 uur in de oven. Voor alle zekerheid schepte ik de chili om het half uur eens goed om.

Na drie uur kan je de chili rechtstreeks serveren of een nachtje in de koelkast laten rusten om de smaken nog beter te laten intrekken. Je hoeft hem dan alleen de volgende dag op te warmen.

Luikse gehaktballetjes of boulettekes met siroop

18 dec

Luikse gehaktballen spraken al een tijdje tot mijn verbeelding. Want Luikse dat betekend meestal Luikse siroop en daar ben ik compleet gek op! Gehaktballetjes brachten de echtgenoot dan weer in vervoering.
Dit gerechtje gebruikt de oude techniek beurre manie.

INGREDIËNTEN

2 uien
Boter
250 gram varkensgehakt
250 gram kalfsgehakt
1 takje oregano
1 takje tijm
2 takjes laurier
30 gram paneermeel
2 eieren
5 eetlepels melk
1 glas rode wijn
1 glas water
3 eetlepels luikse siroop
azijn
beurre manie  (50 gram boter / 50 gram bloem)

Verwarm de boter in een stevige kasserol. Snipper een  ui ondertussen fijn en fruit hem aan in de boter. Laat de ui lichtjes bruin pakken.
Doe hem nu (warm) bij het gehakt samen met oregano, tijm, paneermeel, eieren en de melk. Meng nu alles goed door elkaar en rol er bouletjes van. Indien je gehakt te nat blijft kan je altijd een beetje extra paneermeel toevoegen.
Snipper nu de tweede ui en fruit hem in de boter samen met de tijm en de laurier. Blus af met de wijn en het water. Laat dit nu zachtjes pruttelen tot de ui gegaard is in de wijn.
Werk de saus op met de luikse siroop, een scheutje azijn en peper en zout.  Laat alles kort inkoken en maak ondertussen de beurre manie.
Voeg de beurre manie nu toe aan de saus. Niet alles in een keer maar voorzichtig stukje per stukje. Van zodra je saus voldoende gebonden is dien je geen pasta meer toe te voegen.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

%d bloggers like this: