De Sint kwam dit jaar een beetje vroeger.
Ergens de tweede week van november al.
En hij kwam dit jaar niet uit Spanje, maar uit het verenigde koninkrijk.
Toen ik thuis kwam van mijn werk en daar een doos vond van mijn geliefde amazone met mijn naam op wou ik een vreugdedansje maken.
De doos ging aan stukken en in mijn handen hield ik “Nigella Christmas.”
De Sint van dienst was natuurlijk de echtgenoot.
Hij (geen fan van Nigella) had vorige kerst elke aflevering op Vitaya drie keer van mij moeten bekijken.
En na de feestperiode had hij me bij Fnac een paar keer het boek zijn vasthebben.
Ik had het steeds teruggelegd… want kerst is nu toch voorbij….
En nu had ik het dus in mijn handen.
Enkele weken voor Kerst en dus geen enkel excuus om er niet onmiddelijk mee aan de slag te gaan.
Het boek zorgt voor een instant kerstgevoel, want de feestvreugde spat van de bladzijden af.
Dat er erg veel “engelse” kerstgerechten instaan viel natuurlijk te verwachtte en ik zie me ook nog niet onmiddelijk een macaroni and cheese maken tijdens de most wonderfull time of the year.
Maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de heerlijk kerstpuddingen en kalkoenen die over de bladzijden glijden.
Te midden van mijn overige kerstdecoratie ligt Nigella op mijn tafel en ja bezoekers bladeren er wel eens in.
Instant christmasspirit toch.
Van Vitaya is de echtgenoot nog niet verlost. Want nu kijk ik naar de tweede reeks met mijn boek op schoot en maak ik kanttekeningen.
In mijn vorige blogpostje kon u reeds zien hoe ik me waagde aan de eggnog syllabub.
Maar u kan er zeker van zijn, de komende weken verschijnen er vast wel meer Nigella kerstgerechten op mijn blog!
Categorieën: Kookbibliotheek
getagged: kerst, nigella lawson
Ik ben een ijspersoon. Zelfs in putje winter wanneer het vriest buiten ben ik diegene die ijscoupes naar binnen werkt.
I love ice cream…. maar ik vind ijs niet echt een dessert om bij een lekker etentje te serveren.
Te makkelijk en weinig inspirerend.
Dus gooi ik het meestal over een andere boeg… deze keer ging ik voor een dessertbordje met als hoofdtoon chocolade en een tegenhanger.
Geinspireerd door Nigella’s Christmas serveerde ik de Eggnog Syllabub als tegenhanger van al dat zoets… en het sloeg in als een bom.
Waar de echtgenoot eerst een beetje vreemd keek omdat ik heel enthousiast met nootmuskaat aan de slag ging, smokkelde hij ’s avonds een eggnog syllabubje voor hem van de tafel.
De Syllabub was in het goede gezelschap van witte chocolademousse met cuarante y tres likeur en chocolademascarponemousse.
Een caloriebom, jazeker…. maar het maakte mijn gemis aan ijs toch een beetje goed.

Ingrediënten voor de syllabub:
1 ei
1 vanillestokje
65 gram suiker
4 eetlepels rum
400 ml room
nootmuskaat
Chocolademascarponemousse
200 gram donkere chocolade
150 gram mascarpone
2 eetlepels poedersuiker
2 eiwitten opgeklopt
Witte chocolademousse
200 gram witte chocolade
scheutje melk
scheutje cuarenta y tres
1/2de gelatineblaadje
3 eiwitten
170 ml room
Eggnog Syllabub
Neem een grote kom meng hierin het ei, het merg van de vanillestok, de suiker en de rum. Strooi hierover redelijk veel vers gemalen nootmuskaat. Klop dit op met een mixer tot het ongeveer in volume verdubbelt is.
Klop de room apart stijf.
Spatel deze nu voorzichtig onder het eimengsel.
Doe het mengsel in kleine kommetjes en zet in de koelkast om op te stijven.
Vlak voor het serveren maal je er nog wat verse nootmuskaat over.
Chocolademascarponemousse
Smelt de chocolade au bain marie.
Klop ondertussen de mascarpone los met de poedersuiker en klop de eiwitten tot sneeuw.
Voeg nu de gesmolten chocolade bij het mascarponemengsel en klop goed door elkaar.
(Meestal voeg ik er op dit moment een klein scheutje amaretto aan toe. Maar omdat dit dan zou betekenen dat alle drie mijn desserts alcohol bevatten, liet ik dit achterwege.)
Spatel nu de opgeklopte eiwitten onder het mengsel. Verdeel in glaasjes en laat opstijven in de koelkast.
Witte chocolademousse
Smelt de chocolade au bain marie met een scheutje melk en een flinke scheut cuarenta y tres.
In tegenstelling tot donkere chocolade smelt witte chocolade moeilijk en wordt dit een kleverige massa.
Als de chocolade gesmolten is voeg je hierbij het geweekte gelatineblaadje en klop je goed door.
Laat de chocolade nu een beetje afkoelen en klop ondertussen de eiwitten tot sneeuw.
Als de chocolade voldoende is afgekoeld spatel je er voorzichtig de eiwitten onder.
Klop nu de room stijf en spatel deze ook voorzichtig onder de chocolade.
Verdeel in glaasjes en laat opstijven in de koelkast.
Het recept voor eggnog Syllabub komt uit het kookboek
Nigella christmas van Nigella Lawson.
Het recept werd door mij bewerkt.
Zowel qua hoeveel ingrediënten als qua werkwijze.
Categorieën: Desserts · Feestdagen
getagged: chocolade, christmas, eggnog, kookboek, likeur, mousse
Varkenshaasjes zijn een erg dankbaar product om mee te werken.
Ze blijven lekker mals en je hebt er erg weinig werk aan.
Ook de prijs maakt ze erg aantrekkelijk als je voor een grote groep moet koken.
Ik serveerde het varkenshaasje met een duo van puree. Enerzijds de spruitjespuree waar ik bij manlief eerder deze week reeds succes mee oogste. Anderzijds een pastinaakpuree, die enthousiast onthaalt werd. 70% van mijn gasten (jaja, ik heb het uitgerekend!) had nog nooit pastinaak gegeten! Het receptje voor de spruitjespuree kan je hier op mijn blogje terugvinden.
Als extra’tje serveerde ik er een bladerdeeg taartje bij met spruitjes, spek en boschampignons.
Op tafel (en daardoor jammer genoeg niet op de foto) liet ik de varkenshaas begeleiden door rode wijnsaus en een madeiraroomsaus.
De madeirasaus is zeker niet de klassieke saus met bruine roux en madeirawijn. Mijn saus is eerder een snelle roomsaus met een lekkere madeira nasmaak.

Ingrediënten:
2 varkenshaasjes
Voor de pastinaakpuree
2 pastinaken
1 kilo geschilde aardappelen
Voor de bladerdeegtaartjes
4 stukjes bladerdeeg (diepvries)
blokjes gerookt spek
boschampignons
peper en zout
tijm
Voor de rode wijnsaus
2 sjalotten fijngesneden
1 theelepel roze peperbolletjesµ
2 takjes verse tijm
1 laurierblad
1 eetlepel rode wijnazijn
1/2 fles rode wijn (Ik gebruikte voor mijn saus de wijn La Croix Bacalan. Een bordeaux wijn uit het jaar 2006.)
400 ml wildfond
peper en zout
boter
Voor de madeira roomsaus:
Madeirawijn
250 ml volle room
Peper en zout
De pastinaakpuree
Kook de aardappelen gaar en maak hier een lekkere puree van. (Werk de puree op met boter, melk en een eitje.)
Schil de pastinaak en snij deze in kleine blokjes.
Smelt wat boter in de pan en stoof de pastinaakblokjes met peper en zout gaar.
Mix deze daarna met de soepmixer tot een gladde massa.
Kruid bij met peper, zout en eventueel nootmuskaat.
Schep dit onder de aardappelpuree en proef. Indien de smaak een beetje flets is kan je altijd nog een beetje bijkruiden.
Spruitjespuree
Maak de spruitjespuree zoals beschreven in dit recept.
Hou wel een 8 tal spruitjes apart voor straks.
Bladerdeegtaartje
Vorm mooie vierkantje taartjes met een opstaande rand van het bladerdeeg.
Bak deze gedurende een klein kwartiertje op 175 graden voor in de oven. (Vergeet geen bonen of baksteentjes op het bladerdeeg te leggen! Het taartje moet plat blijven!)
Neem nu de spruitjes die je opzij hebt gehouden van de spruitjespuree en plet deze met een vork.
Meng dit met een scheutje room tot een smeuige massa.
Wanneer de bladerdeegjes uit de oven komen laat u deze eventjes afkoelen en smeert u daarna de spruitjespasta over de taartjes.
Verhit nu wat boter in een pannetje en bak hierin de spekblokjes met de boschampignons.
Verdeel dit over de bladerdeegtaartjes en zet apart.
Deze taartjes gaan vlak voor het serveren nog een vijftal minuutjes in de oven op 175 graden.
Voor de rode wijnsaus
Verhit olijfolie in een sauspannetje en fruit hierin de sjalotjes aan.
Voeg tijdens het fruiten de tijm, laurier en de roze peperkorrels toe.
Blus dit met de rode wijnazijn, de rode wijn en de wildfond.
Zet dit op een klein vuurtje om te koken tot de saus de gewenste dikte berijkt.
Vlak voor het serveren warm je de saus op een klein vuurtje terug op en werk je dit op met klontjes boter en peper en zout.
Varkenshaasje en madeirasaus
Verwarm de oven voor op 175 graden.
Verhit roomboter in een kleefpan. Wanneer de boter goed heet is leg je de varkenshaasje in de pan.
Erg belangrijk is dat de varkenshaasjes onmiddelijk beginnen te zingen en dus ook dichtschroeien.
Bak de varkenshaasjes langst elke kant +/- 3 à 4 minuten.
De varkenshaasjes moet een bruin korstje krijgen, maar zijn langstbinnen nog rauw.
Leg de varkenshaasjes nu op boterpapier en steeks ze voor 15 à 20 minuten in de oven. (Afhankelijk van het varkenshaasjes gewicht, dikte, etc)
Blus de pan nu met de madeirawijn. (Doe dit naar smaak.)
Roer het aanbaksel los en giet er nu de room bij.
Kruid met peper en zout en laat dit inkoken tot gewenste dikte.
Categorieën: Feestdagen · Hoofdgerechten · Vlees
getagged: madeirasaus, puree, rode wijn, varkenshaas
Ik probeer zoveel mogelijk met seizoensproducten te koken. En wat is er meer seizoen dan champignons op dit ogenblik?
Verder zijn champignons ook nog eens erg lekker en niet duur.
Voor deze champignonsoep maakte ik dankbaar gebruik van de champignonbouillon die ik in Nederland koop.
Jammer genoeg is champignonbouillon in België amper tot niet verkrijgbaar.
Ikzelf koop hem zoals daarnet reeds gezegd bij Albert Heijn in Nederland. Daar kan je kiezen tussen vloeibare bouillon of bouillonblokjes van champignons. Beiden van erg goede kwaliteit met een lekkere volle smaak.
Moet u echter de komende weken niet in Nederland zijn dan kan u de champignon vervangen voor groentenbouillon.

Ingrediënten:
50 gram roomboter
60 gram bloem
1 sjalot
2 dozen champignons (Wanneer het herfst is, neem ik 1 doos gewone champignons en 1 doos boschampignons.)
tijm
Room
Crème fraiche (Ook deze breng ik mee uit Nederland. We hebben hier geen Belgische tegenhanger voor, maar je kan dit perfect vervangen door een lepeltje zure room.)
1 liter champignonbouillon
Laat de boter smelten en fruit de sjalot aan. Voeg 1 doos in schijfjes gesneden champignons toe en laat eventjes bakken met het takje tijm.
Bestrooi nu met de bloem en laat eventjes aanbakken. Overgiet nu met de bouillon en roer goed.
Laat dit nu even uitkoken, zodat de champignons hun smaak afgeven en de bloemsmaak uit de soep verdwijnt.
Zet ondertussen een andere pot klaar. Zeef nu de soep zodat enkel het vocht overblijft.
Snij ondertussen de 2de doos champignons in schijfjes en voeg deze toe aan de soep. (Tijdens het seizoen gebruik ik hiervoor de boschampignons.)
Zet de pot met het vocht op een middelmatig vuur en voeg een scheutje room en een lepel crème fraîche toe.
Dit doe je een beetje op gevoel en hangt wat van je soep af. De bedoeling is dat je een lekkere romige soep in je pot krijgt.
Breng nu op smaak met peper en zout .
Laat de soep even doorkoken zodat de schijfjes champignon zeker gaar zijn.
Doe er vlak voor het serveren nog een scheutje room bij en bestrooi met gesnipperd peterselie.
Categorieën: Feestdagen · Soepen · Voorgerechten
getagged: champignon, creme fraiche, room, soep
Koken voor een groep mensen geeft een extra dimensie aan koken vind ik persoonlijk.
Voor ons tweetjes zet ik niet elke week een driegangen menu op tafel, hoewel ik ons af en toe natuurlijk ook wel eens in de watjes wil leggen.
Afgelopen zaterdag was het dan zover… we hadden een feestje! En ja dan durf ik al eens iets extra te doen.
Want als mensen bij mij de deur dichtdoen wil ik dat ze drie dingen zeggen:
1. Ik heb erg lekker gegeten.
2. Ik heb voldoende gegeten.
3. Hopelijk mogen we snel nog eens terugkomen.
Hopelijk was mijn missie geslaagd.

We starten de avond met een glaasje bubbels en een bordje aperitiefhapjes zijnde van links naar rechts:
- Een duo van brocolli – bloemkoolmousse geserveerd met snippers everzwijnham.
- Kaasparels met een jasje van gerookte zalm en tuinkruiden
- Een mousse van courgette geserveerd met in de oven gedroogde serranoham
Ingrediënten voor de duo mousse:
1/4 de bloemkool
1/4 de brocolli
2 maal 1 dl volle room
2 maal een half gelatineblaadje
Peper en zout
Everzwijnham
Ingrediënten voor de kaasparels
150 gram roomkaas (soort philladelpia)
150 gram zachte geitenkaas
1 fijngesneden sjalot
peper en zout
fijngesneden gerookte zalm
fijngesnipperde tuinkruiden (ik gebruikte hiervoor een mengeling van peterselie, bieslook en basilicum)
Ingrediënten courgettemousse:
2/3de courgette
150 ml groentenbouillon
75 ml room
1,5 gelatinneblaadje
Serranoham
DUOMOUSSE
Je start best de avond voor het feest met de duo mousse. De onderste laag moet goed opgesteven zijn alvorens je de tweede laag in het glaasje kan scheppen.
Kook de bloemkool gaar in de room. Leg ondertussen een half gelatineblaadje in water te week.
Wanneer de bloemkool gaar is mix je deze in de blender of met de staafmixer tot een gladde puree.
Kruid bij met peper en zout naar smaak en roer het gelatineblaadje goed onder de mousse.
Vul hiermee de glaasjes en zet één nachtje in de koelkast om op te stijven.
Herhaal de volgende morgen het proces maar nu met de broccoli.
Gaarkoken in de room. Pureren met de staafmixer, gelatine erbij en bovenop de bloemkoolmousse scheppen.
Indien je tijdens het koken merkt dat veel van de room verloren gaat kan je in kleine scheutjes toevoegen.
Wanneer alles goed is afgekoeld versier je dit met snippers everzwijnham.
KAASPARELS
Snipper de sjalot erg fijn en meng de helft onder de roomkaas en de andere helft onder de geitenkaas.
Snipper de gerookte zalm en de tuinkruiden fijn.
Leg deze op platte schaaltjes, dit maakt het werk een beetje makkelijker.
Kruid de kaas met peper en zout naar smaak.
Rol nu kleine bolletjes van de kaas.
Rol de roomkaas door de gerookte zalm en rol de geitenkaas door de tuinkruiden.
Zorg ervoor dat de kaas goed bedekt is en echte mooie “pralines” vormt.
COURGETTEMOUSSE
Snij de courgette in kleine stukjes en kook ze gaar in de bouillon. Dit duurt +/- 7 minuutjes.
Week ondertussen de gelatineblaadjes in koud water en klop de room stijf.
Als de courgette gaar is giet je deze af en bewaar je de bouillon.
Gebruik de helft van de bouillon om de courgette met de soepmixer of blender gaar te mixen.
Doe er nu de uitgeknepen gelatineblaadjes bij en zet goed door elkaar.
Spatel er nu voorzichtig de room onder en verdeel over de glaasjes.
Zet deze minstens 2 uur in de koelkast om op te stijven.
Terwijl de glaasjes afkoelen en opstijven leg je de sneetjes serranoham op boterpapier in de oven.
Laat deze een uurtje drogen in een oven van 90 graden.
Vlak voor het opdienen versier je het glaasje met de gedroogde ham.
Tip:
Op de kaasparels heb ik al talloze variaties gemaakt. Je kan hier dus alle kanten met uit.
Nog enkele lekkere smaakcombinaties?
- fijngesneden zongedroogde tomaatjes onder de kaas mengen en door tomatentapenade rollen.
- nootjes fijnhakken en deze als jasje gebruiken.
- de kaas op smaak brengen met italiaanse kruiden en als jasje fijngesneden olijfjes gebruiken.
- de kaaspareltjes door paprikapoeder rollen.
Je fantasie de vrije loop laten nemen is de boodschap!
Categorieën: Aperitiefhapjes · Feestdagen
getagged: aperitief, bloemkool, brocolli, courgette, everzwijn, geitenkaas, ham, mousse, roomkaas, tuinkruiden
Voor mij kan kerst niet vroeg genoeg beginnen. Ergens midden november begint het bij mij al te kriebelen en eind november staat onze boom er. Maar de kerstsfeer slaat ook toe in mijn keukentje. Na jarenlang allerlei recepten voor kerststol te hebben verzameld ging ik aan de slag met een receptje uit het Dokter Oetker Backbuch voor weinnachtsstollen. Een aantal dingen paste ik aan, zo werd de vulling bij mij anders en gebruikte ik marsepein in plaats van de klassieke stolvulling uit Duitsland.
Ik verdeelde het deeg in kleine stolletjes, zodat ik ze kon uitdelen aan familieleden.
Ingrediënten voor het deeg:
550 gram patisseriebloem
16 gram gist
60 gram suiker
1 zakje vanillesuiker
mespuntje zout
1 mandarijn
1 snuifje nootmuskaat
250 ml warme melk
90 gram boter
2 kleine eieren (of 1 groot ei)
Ingrediënten voor de vulling:
70 gram blanke rozijnen
45 gram gedroogde veenbessen
45 gram gekonfijt fruit
45 gram gekonfijte kersen
30 gram amandelnootjes
30 gram pistachenootjes
400 gram marsepein (of eventueel toch stolvulling.)
3 eetlepels bruine rum of kirsch likeur
Zet de nacht voor het maken van de stol de rozijnen gemengd met de rum in de ijskast. Zo kunnen de rozijnen zwellen en alle rum opnemen.
Zeef de patisseriebloem en meng daarna in een grote kom met de gist, de suiker, de vanillesuiker, het snuifje nootmuskaat en de zeste van de mandarijn. Meng dit goed door elkaar met een mixer. (Ikzelf gebruikte voor dit receptje mijn keukenrobot, maar het kan perfect met een handmixer die over goede kneedhaken beschikt.)
Voeg nu de zachte geworden boter en het snuifje zout toe. Zet hiervoor je mixer op de hoogste stand. Voeg nu langzaam de warme melk (Warm, niet kokend!) en de eieren toe.
Verder rustig kloppen tot het deeg een samenhangend geheel begint te vormen.
Haal nu het deeg uit de kom en kneed nog ongeveer 10 minuten verder met je handen. Het deeg mag niet meer aan het aanrecht of je vingers kleven!
Maak een mooie bol van het deeg en leg het op een warme plaats (ik legde het naast de verwarming) om 1 uurtje te rusten en te rijzen.
Na een uurtje duw je voorzichtig de lucht uit je deeg en rol je het deeg tot een grote vierkant met je deegroller.
Nu wordt het tijd om je deeg te gaan vullen. Kijk eerst even of de rozijnen alle rum of kirsch hebben opgenomen. Indien dit niet zo is moet je het overtollige vocht weggieten. Bestrooi het deeg met rozijnen, veenbessen, gekonfijt fruit, gekonfijte kersen, fijngehakte pistache en amandelnootjes.
Vouw het deeg nu dicht en kneed het met de hand goed door elkaar. Het deeg moet “verzadigt” zijn van vulling en er moet overal evenveel vulling aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is laat je het deeg +/- 20 minuutjes rusten om terug te rijzen.
Na 20 minuten kneed je het deeg nog eens goed door en kan je er ofwel een grote stol van maken of het deeg verdelen in kleine hoopjes.
Rol elk hoopje apart uit tot een vierkante lap en leg in het midden van de lap een rolletje marsepein of stolvulling. Besmeer het rolletje marsepein met een beetje eiwit. Vouw nu het deeg dicht en kneed het tot een mooie stolvorm. Herhaal dit voor al je stolletjes.
Leg de stolletjes op een bakplaat en laat nog minstens 20 minuten rijzen alvorens in te smeren met eigeel. Plaats de stolletjes hierna in een voorverwarmde oven van 180 graden.
Bak 15 minuten en leg er daarna zilverpapier op. (In mijn heteluchtoven werden de stolletjes namelijk te snel bruin.) Bak daarna nog eens 20 minuten.
Haal de stolletjes uit de oven en laat ze +/- 15 minuutjes afkoelen. Bestrijk ze daarna met losgeklopt eiwit en bestrooi ze overvloedig met poedersuiker.
Indien je de stolletjes wil bewaren kan dit in de diepvries. Je vriest ze dan gewoon in zonder de poedersuiker en kan ze ongeveer 2 weken bijhouden.
Categorieën: Bakken · Cake · Feestdagen · Kerst en Nieuw
getagged: Bakken, Feestdagen, kerst, marsepein, stol
Af en toe wil een mens eens iets anders op zijn bord. Net om die reden ben ik een grote Delhaize-fan. Je vind er altijd wel iets speciaals om te serveren. Elke week neem ik een kijkje bij de exotische vleessoorten en af en toe laat ik me verleiden door een struisvogelsteakje of een impalafilet. Deze week lag er echter ook krokodil in de rayon. In een ver verleden at ik krokodilnuggets in Miami. Ik meende mij te herinneren dat er een erg kippige smaak aan de krokodilnuggets zat. Leuk om eens iets anders op tafel te zetten bedacht ik en zo keerde ik huiswaarts met een mooi stukje krokodilfilet.
Daarna kwam pas het besef dat ik geen idee heb hoe je krokodil klaarmaakt. Het internet bracht niet echt veel soelaas, want dik bezaait zijn de recepten voor krokodil ook niet en diegene die ik vond waren niet echt wat ik zocht.
Uiteindelijk ging ik voor een romige currysaus en aardappelgratin. De echtgenoot die voor het eerst krokodil op zijn bord kreeg at zijn buikje meer dan rond en vond het “zeker voor herhaling vatbaar”.
Maar waar ik al die jaren geleden krokodil naar kip vond smaken? Het blijft me een raadsel. Krokodil is redelijk “smaakloos” als je ze niet kruid en droog als je er geen sausje bij geeft.
Ingrediënten:Krokodilfilet (+/- 350 gram)
Olie
1 Sjalot fijngesneden
1 knoflookteentje
2 kardemonpeultjes
4 mosterzaadjes
1 spaanse rode peper fijngesneden
1 scheutje witte vermout
250 ml vette kookroom
Currypoeder naar smaak
Peper en zoutSnij de krokodilfilet in kleine reepjes. Kruid met peper en zout.
Verwarm de olie samen met een ongesneden knoflookteentje in een diepe pan of wok. Wanneer de olie goed warm is en de knoflook zijn geur begint af te geven haal je het knoflookteentje eruit.
Voeg nu de sjalot, de kardemonpeultjes en de mosterzaadjes toe. Bak tot de sjalot glazig is.
Voeg nu de krokodilreepjes en de fijngesneden spaanse peper toe. Roerbak tot het vlees gaar is.
Blus de pan nu met de witte vermout en laat het vocht weg koken.
Voeg nu de room toe en breng op smaak met currypoeder.
Laat doorkoken tot je een dikke romige saus hebt.
Proef en voeg eventueel nog extra peper, zout of currypoeder toe.
Categorieën: Exotisch · Hoofdgerechten · Vlees
getagged: curry, exotisch, kardemon, krokodil, mosterdzaad, saus
Vandaag zet ik mijn oma in de kijker op mijn blogje.
Mijn bomma kan eigenlijk niet goed koken. Ik ben mij er van bewust dat dit niet bij het beeld van bomma’s hoort, want bomma’s die koken meestal erg lekker. Allebei mijn bomma’s kunnen niet koken. Met kerst krijgen we te droge kalkoen, cakes haalt ze uit kant en klare pakjes van herta en volgens mij is ze zelf in staat om een simpel toastje te laten aanbranden.
Wat komt mijn bomma dan doen op mijn foodblog? Wel, deze week heeft ze mij verbaast.
Zoals wel vaker gebeurt spring ik na het werk even binnen bij mijn grootouders. Heel vaak om bompa te depanneren met zijn pc, die voor hem nog heel wat geheimen heeft. Meestal zitten ze net aan tafel en durf ik al eens een stukje worst of kaas meepikken voor ik terug naar huis keer. Deze keer aten ze echter spruitjespuree. Sinds kindsbeen af heb ik een hekel aan spruitjes. Ook een schande ik weet het. Tenslotte zijn spruitjes een van onze nationale trotsen en bekend over de ganse wereld. Maar ik vind ze dus te bitter. Waarom ik die bewuste dag dan toch proefde.. Ik weet het niet. Maar ik kan u meegeven dat ik het mij niet beklaagt heb!
En raar maar waar, vandaag stond deze spruitjespuree bij ons op het menu. Twee spruitjeshaters aten een ganse pot spruitjespuree op.
Om maar te zeggen, dank u bomma!
INGREDIËNTEN:
1 kilogram aardappelen
600 gram spruitjes
Melk
1 ei
Boter
Peper
Zout
Nootmuskaat
Schil de aardappelen en snij ze in gelijke blokjes. Kook deze in gezouten water gaar.
Maak de spruitjes schoon. Doe de spruitjes nu in een pot met koud water en een scheutje melk. Laat tot net tegen het kookpunt komen en giet dan de spruitjes af. Doe de spruitjes terug in de pot en vul met koud gezouten water. Zet terug op het vuur en laat +/- 20 minuten koken of tot de spruitjes goed gaar zijn.
Stamp de gare aardappelen fijn en meng met boter, melk en een eitje tot je een smeuïge puree krijgt. Kruid al bij met peper, zout en nootmuskaat.
Giet de gare spruitjes af en doe terug in de pot.
Voeg een scheutje melk toe en plet de spruitjes met een vork. (Ik zou hiervoor geen pureestamper gebruiken of een passé vité, want dan komt er te veel vocht in je puree.) Prak tot de spruitjes een puree vormen, doe er een klontje boter bij en stoof aan op een zacht vuurtje.
Voeg nu de aardappelpuree en de spruitjespuree samen. Goed mengen, proeven en eventueel bijkruiden met peper, zout en nootmuskaat.
Categorieën: Hoofdgerechten · Veggie
getagged: aardappelen, puree, spruiten, stampot
Ik ben nogal te vinden voor nieuwigheden. En ik ben ook nogal te vinden voor alles met kaas en dan voornamelijk gesmolten kaas.
Dus toen ik reclames voorbij zag komen met flitsende skiërs en flashy zonnebrillen die tussen de Zwitserse bergen stonden te genieten van gesmolten kaas aka raclette was ik verkocht.
De echtgenoot was dan ook niet verbaast toen ik de volgende keer in de supermarkt onmiddellijk naar het kaasrayon liep en daar een pakje van 12 babybels met paars racletteschoteltje scoorde.
Hij was nog veel minder verbaast dat ik thuis alle zaken liet staan en onmiddellijk naar de microgolfoven liep om mijn babybel raclet te testen.
En daar doemde het eerste probleem op. De babybel dient 30 seconden op maximum vermogen verhit te worden. Alle moderne technologie ten spijt kan onze microgolf pas aangezet worden voor een minimumduur van 60 seconden. Ik bleef er dan maar naast staan en telde geduldig tot 30, terwijl ik door het glas keek hoe het kaasbolletje langzaam veranderde in een een plasje bubbelende smurrie.
Test 1 uitzicht:
Tja, zoals ik al zei een plasje bubbelende smurrie op een paars schoteltje.
Volgens de echtgenoot: “Ja dat ziet eruit als een gesmolten babybel.” (Hierop volgt een lang verhaal over gesmolten babybels in een te warme auto op weg naar spanje, maar dit bespaar ik u graag.)
Test 2 geur:
Er is geen geur. Niet aan een koude babybel en dus ook niet aan een warme babybel.
Test 3 smaak:
Het ogenblik dat ik van mijn gesmolten babybel stond te eten besefte ik dat er een reden was waarom ik eigenlijk nooit gewone babybel eet. Ik vind namelijk dat het weinig of geen smaak heeft. En dat is ook exact hetzelfde met de gesmolten babybel, weinig of geen smaak.
Waar echte raclettekaas heerlijk smeuïg en vol van smaak is, blijft deze babybel erg op de vlakte.
De tweede babybel besloot ik dan ook te benaderen vanuit een echte raclette houding en ik ging dan ook aan de slag met peper, zout en een stukje gedroogde ham. Maar zelfs dan blijft het een beetje teleurstellend.
Niet slecht, maar ook zeker niet mmmmmmmmmmmmmmmmmhhhhhhhhhhh.
Test 4 its all in the family:
Ook mijn familie kreeg een raclette babybelletje voorgeschoteld.
De echtgenoot bedankte vriendelijk en liet het paarse schaaltje aan hem voorbij gaan. Gelukkig zagen de andere proefkonijnen het wel zitten.
Enkele reacties van het thuisfront:
”Dit smaakt niet naar kaas.”
”Nogal flauw, he.”
”Juist babybel, maar dan plat.”
Jammer maar helaas…. Niet echt een schot in de roos.
Categorieën: Getest · Snacks